De grondslag voor de verwerking

Voor iedere verwerking van persoonsgegevens geldt dat er sprake moet zijn van een geldige grondslag. De AVG kent zes grondslagen. De verwerking moet op tenminste één van de grondslagen plaatsvinden. En nee, gemakkelijk of handig staat daar niet tussen.

Nog steeds veel werkgevers kiezen voor de grondslag toestemming. De chauffeur tekent een briefje dat hij akkoord gaat met bijvoorbeeld de blackbox. Soms wordt zelfs in de arbeidsovereenkomst opgenomen dat de werknemer toestemming geeft voor de verwerking van zijn persoonsgegevens. Deze werkgevers denken daarmee de lading gedekt te hebben. Niets in minder waar. Toestemming vragen voor de verwerking van persoonsgegevens is in een arbeidsrechtelijke relatie nagenoeg nooit geldig. Een verwerking door een volgsysteem op grond van toestemming is gekwalificeerd als een onrechtmatige verwerking en moet worden beëindigd.

Aan de grondslag toestemming worden eisen gesteld. Het moet sowieso een actieve handeling zijn. Daarnaast moet toestemming vrijelijk kunnen worden gegeven. Door de gezagsverhouding binnen een arbeidsrelatie is daar geen sprake van. Bovendien is toestemming niet ‘duurzaam’. Een gegeven toestemming kan op ieder moment weer worden ingetrokken. En wat ga je dan als werkgever doen?

Er zal dus gezocht en gemotiveerd moeten worden op welke grondslag de verwerking wel gaat plaatsvinden. Vaak zal teruggevallen moeten worden op gerechtvaardigd belang van de onderneming. Maar soms ook een wettelijke verplichting, zoals de verwerking door de tachograaf. Op HRM gebied kan de verwerking soms noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de arbeidsovereenkomst. Met deze drie grondslagen moet je het als werkgever doen.

Tot de volgende blog! Dan ga ik het hebben over gegevensminimalisatie.